1. In mijn benauwdheid en ellenden
bleef ik mij tot de HEERE wenden.
Mijn bang geroep ging niet verloren,
de HEERE wilde verhoren.
O HEERE, red mij uit mijn lijden,
wil door Uw kracht mijn ziel bevrijden
van hem die met zijn lippen liegt,
van hem die met zijn tong bedriegt.
2. Wat brengt de tong u door zijn liegen?
Wat geeft hij u door zijn bedriegen?
Gescherpte pijlen van wie macht heeft,
met gloeiend bremhout dat veel kracht heeft.
Wee mij! Ik moet – door angst omgeven –
als vreemdeling in Mesech leven.
Ik zit in Kedars tenten neer,
dat is de plaats waar ik verkeer.
3. Mijn ziel heeft lang genoeg verbleven
bij mensen die in oorlog leven,
bij wie de vrede vurig haten.
Zelf blijf ik over vrede praten.
Ja, zelfs in deze bange dagen
blijf ik steeds naar de vrede jagen,
maar als ik hardop daarvoor pleit,
dan voeren zij de felste strijd.
Meer weten over de psalmen? Kijk op deze pagina.