Psalmberijming en uitgangspunten

Ik berijm psalmen om de simpele reden dat ik mij daartoe gedrongen voel. Het is een mooie en waardevolle bezigheid, waar ik persoonlijk veel van leer. Deze berijming is niet bedoeld als vervanging van de al bestaande berijmingen, maar als aanvulling daarop.

* Psalm 3 * Psalm 6 * Psalm 8 * Psalm 9Psalm 13 * Psalm 18 * Psalm 21 * Psalm 24 * Psalm 26 * Psalm 28 * Psalm 29 * Psalm 31 * Psalm 32 * Psalm  35 * Psalm 36 * Psalm 38 * Psalm 39 *Psalm 42 * Psalm 43 * Psalm 45 * Psalm 46 * Psalm 47 * Psalm 55 * Psalm 60 * Psalm 63 * Psalm 65 * Psalm 68 * Psalm 71 * Psalm 73 * Psalm 75 * Psalm 78 * Psalm 80 * Psalm 81 * Psalm 84 * Psalm 86 * Psalm 87Psalm 89 * Psalm 92 * Psalm 93 * Psalm 98Psalm 99 * Psalm 101 * Psalm 103 * Psalm 104 * Psalm 105 * Psalm 106 * Psalm 108Psalm 109 * Psalm 110 * Psalm 111 * Psalm 112 Psalm 113 * Psalm 114 * Psalm 115 * Psalm 117 * Psalm 118 * Psalm 120 * Psalm 121 * Psalm 122 * Psalm 123 * Psalm 125 * Psalm 126 * Psalm 128 * Psalm 131 * Psalm 132Psalm 133 * Psalm 134 * Psalm 137 * Psalm 140 * Psalm 144 * Psalm 146 * Psalm 147 Psalm 148 * Psalm 149 * Psalm 150

Wie iets goed wil kunnen, moet meters maken om het te leren. En wie veel meters blijft maken, ontwikkelt zijn vaardigheden steeds verder. Mijn allereerste psalmberijming kun je vergelijken met de eerste kleurplaat die ik kleurde: ik deed er mijn uiterste best op, maar echt mooi was het resultaat niet. Pas na herhaaldelijk oefenen begon het resultaat ergens op te lijken. Zo ontwikkelen ook mijn literaire vaardigheden zich steeds verder. De psalmen die op dit moment op mijn website staan, zijn daarom een tussenversie. Op dit moment voldoen ze nog niet allemaal aan de kwaliteitseisen die ik voor ogen heb – dit geldt vooral voor de psalmen die ik langer geleden geschreven heb. Het is mijn voornemen om uiteindelijk alle tekst nog eens na te lopen en waar nodig aan te passen, zodat uiteindelijk alle 150 berijmingen de literaire kwaliteit bevatten die ik nastreef.

Werkwijze

In principe ga ik bij het berijmen uit van de Statenvertaling, al raadpleeg ik ook altijd de grondtekst (met hulpmiddelen) en andere vertalingen. Voor uitleg van de tekst gebruik ik voornamelijk de kanttekeningen en verschillende Bijbelverklaringen.

‘Wie psalmen berijmt begaat een zonde van ongelooflijke hoogmoed wanneer hij vergeet dat velen vóór hem dit werk hebben gedaan,’ schrijft ds. L. W. Muns. Hij heeft groot gelijk! Meer dan honderd mensen zijn mij voorgegaan en van velen kan ik veel leren. Ik sla er daarom regelmatig andere berijmingen op na. Een enkel woord kan zomaar ineens tot nieuwe inspiratie leiden.

Uitgangspunten

Bij een psalmberijming zijn twee dingen essentieel: Bijbelgetrouwheid en literaire kwaliteit. Deze twee aspecten vormen voor mij de uitgangspunten wanneer ik een psalm berijm.

Bijbelgetrouwheid

Wie een psalm berijmt, moet zorgvuldig omgaan met de tekst die hij berijmt. Het gaat immers om Gods eigen Woord. Wij mogen daaraan niets toedoen en ook niets afdoen.
Bijbelgetrouwheid houdt voor mij het volgende in:

1. Volgen van de Bijbeltekst
Mijn streven is om mijn berijming inhoudelijk zo dicht mogelijk aan te laten sluiten bij Gods eigen Woord. Ik beheers zelf geen Hebreeuws, maar met hulpmiddelen ben ik wel in staat om de grondtekst te raadplegen. Ook gebruik ik diverse Nederlandse en Engelse vertalingen. Daarnaast sla ik er de Kanttekeningen en Bijbelverklaringen op na.

Veel teksten zijn gelukkig eenduidig vertaald. In dat geval zijn er geen meningsverschillen over de betekenis. Helaas komt het ook best regelmatig voor dat teksten niet eenduidig vertaald zijn. Soms is er een subtiel verschil, soms is een tekst wezenlijk anders vertaald. Wanneer dit het geval is, ga ik verder op zoek naar informatie over dit Bijbelvers. Als een tekst verschillende betekenissen heeft, kies ik vaak de betekenis die de oudste papieren heeft, of door de meeste kerkvaders en Bijbelverklaarders genoemd wordt.

Ik probeer de tekst zoveel mogelijk op de voet te volgen. Wanneer iets uitgedrukt wordt met verschillende beelden, dan benoem ik beide beeldspraken en vat ik die in principe niet samen.

Wie een psalm berijmt, ontkomt er niet aan om soms iets toe te voegen dat niet letterlijk in de brontekst staat. In zulke gevallen kies ik er meestal voor om een uitdrukking of denkbeeld nog eens met andere woorden te herhalen, of net iets verder uit te diepen. Weglaten en samenvoegen vermijd ik zoveel mogelijk, al lukt dat niet altijd. Denk bijvoorbeeld aan psalm 132 waarbij vers 3 t/m 5 in de onberijmde psalm één doorlopende zin vormen. Het is niet logisch om deze ene zin over twee coupletten te verdelen. Om die reden heb ik de tekst wat ingekort.

Ik houd zoveel mogelijk dezelfde volgorde van de psalm aan. Een heel enkele keer breng ik een kleine verandering in de volgorde aan. Dit doe ik alleen als ik er anders niet uitkom met de rijm en als een verwisseling in volgorde niet afdoet aan de betekenis.

Er zijn diverse psalmen waarin de auteur wisselt tussen het aanspreken van God met ‘U’ en het spreken óver Hem met ‘Hij’. Hoewel het begrijpelijker zou zijn om één van de twee vormen te kiezen, volg ik toch de grondtekst en gebruik ik in dit soort psalmen dus ‘U’ en ‘Hij’ door elkaar.

2. Gods Naam
In de psalmen wordt God met verschillende Namen aangeduid: God, Heere en HEERE. Deze Namen neem ik zoveel mogelijk één op één over in mijn berijming. Een enkele keer lukt dit niet.

Als het over Gods Naam gaat, schrijf ik – net als in de (H)SV – ook Naam met een hoofdletter. Dit omdat de Naam synoniem staat aan Wie God is in al Zijn deugden.

3. Geest van de psalm
Een psalm is een lied uit het hart. In de woorden die ik gebruik en de manier waarop ik de zinnen opbouw, probeer ik de vreugde of het verdriet tot uiting te brengen.

Literaire kwaliteit

Literaire kwaliteit bestaat voor mij uit de volgende drie onderdelen: begrijpelijkheid, rijm en zingbaarheid.

1. Begrijpelijkheid
Bij een psalmberijming verdienen heldere en duidelijke zinnen de voorkeur boven het zogeheten ‘literaire’ taalgebruik. Een berijming is bedoeld om door iedereen gezongen te kunnen worden. Daarom moet de tekst voor jong en oud zo duidelijk mogelijk zijn. Begrijpelijkheid is voor mij wel begrensd door de Bijbelgetrouwheid, zoals ik dat hierboven uitgewerkt heb.
Onder begrijpelijkheid vallen: zinsbouw, woordgebruik en couplet-indeling.

Zinsbouw
Woorden die bij elkaar horen, zet ik ook bij elkaar neer. Zinsdelen lopen zo min mogelijk door naar een volgende regel, zodat vrijwel elke psalmregel goed te begrijpen is, zelfs wanneer je de volgende regel nog niet gelezen hebt.

Woordgebruik
Bij het berijmen van psalmen, gebruik ik zoveel mogelijk begrijpelijke woorden. Ik gebruik geen samenvoegingen. Ook verouderde woorden vermijd ik zoveel mogelijk, al vind ik ook dat we een woord niet te snel als ‘verouderd’ moeten bestempelen. De taal is helaas al genoeg verarmd…

Bij psalmen waar drie of zelfs vier woorden op elkaar rijmen, kan het voorkomen dat ik voor een wat minder gebruikelijk rijmwoord kies. Te denken valt aan het woord ‘krenken’ in psalm 119. Overigens wordt ‘krenken’ officieel niet als een verouderd woord gezien.

Kenmerkende woorden als welzalig, rechtvaardigheid, goedertierenheid e.d. neem ik zoveel mogelijk over in mijn tekst. Al komt het ook regelmatig voor dat ik een korter alternatief voor deze woorden bedenk.

Couplet-indeling
De couplet-indeling probeer ik zo vorm te geven dat elk couplet een afgerond geheel is. Dit klinkt wellicht logisch, maar in de praktijk komt vraagt dit soms wel enige creativiteit om dit voor elkaar te krijgen. Denk aan de hierboven genoemde psalm 132. Ook psalm 133 is hier een voorbeeld van. Oudere berijmingen verdelen bij deze psalm het beeld van de zalfolie over twee coupletten.

Op een enkele uitzondering na, houd ik zoveel mogelijk het oorspronkelijke rijmschema aan, zoals te vinden bij de psalmen van Beza en Marot en ook veelal bij Datheen. Dit kan afwijken van het voor veel mensen bekende rijmschema van 1773 (zie bijv. psalm 27 en 132).

2. Rijm
Over het algemeen gebruik ik volrijm. Dat betekent dat iets volledig op elkaar rijmt, bijvoorbeeld: stromen-komen, kracht-gebracht.

Met het oog op de Bijbelgetrouwheid maak ik drie uitzonderingen. In deze gevallen gebruik ik geen volrijm, maar wel bijna-volrijm, waarbij het verschil haast niet te horen is.

  • HEERE -> dit rijmt regelmatig op -eren.
  • Naam -> dit rijmt regelmatig op -aan.
  • Komen/vromen -> dit rijmt wel eens op -onen.

3. Zingbaarheid
Een berijming is bedoeld om gezongen te worden, bij voorkeur ritmisch. Het is belangrijk dat woord en melodie zoveel mogelijk op elkaar aansluiten. Dit zorgt voor een vloeiend geheel. Daarbij is het niet alleen nodig om op het ritme te letten, maar ook op de melodische voor- en nazin.
Langere psalmregels (10 of meer lettergrepen) bevatten namelijk een melodische voor- en nazin. De melodische voorzin eindigt bij de vierde lettergreep. Daar valt de klemtoon op. Denk aan psalm 27 uit de berijming van 1773: ‘God is mijn Licht, mijn heil, wien zou ik vrezen?’ Bij de vijfde lettergreep begint de melodische nazin, ook hier valt enigszins de klemtoon op. Ditzelfde is terug te zien bij psalmen als 2, 45, 119 en veel andere psalmen.

Ter illustratie een regel uit psalm 32:1
En die in ’t vroom en ongeveinsd gemoed

Gezien het aantal lettergrepen, had deze regel ook als volgt kunnen luiden: ‘En die in ’t ongeveinsd en vroom gemoed.’ Wie beide regels achter elkaar zingt, merkt als het goed is direct dat de variant zoals hij in het psalmboekje van 1773 staat, veel prettiger zingt. Als de woordvolgorde namelijk omgedraaid wordt, valt de nadruk op ongeveinsd. De vijfde lettergreep is een stomme lettergreep, maar er valt wel enige nadruk op, wat versterkt wordt doordat ook de melodie op dit punt stijgt.

Voor een goed zingbare berijming is het daarom wenselijk dat er met bovenstaande rekening wordt gehouden, zoals ook in veel oudere berijmingen gebeurde. Naast de berijming van 1773 gebeurde dit ook in de berijmingen van Christoffel Pierson, Johannes Eusebius Voet, Johannes Six van Chandelier en Philip van Marnix. Van de meer recentere berijmingen is – zo ver ik weet – ds. L.W. Muns de enige die hier bewust op gelet heeft.

Op dit moment is voldoen nog niet al mijn psalmen aan dit uitgangspunt, maar het is uiteindelijk wel de bedoeling dat deze melodische voor- en nazinnen in mijn hele psalmberijming terug te vinden zijn.

Grammatica

Gebiedende wijs
Tot slot nog kort iets over de grammatica. Ik pas de huidige grammaticaregels toe. Op dit moment maak ik één uitzondering en die gaat over de gebiedende wijs. Tegenwoordig is er geen verschil meer tussen de enkelvouds- en de meervoudsvorm van de gebiedende wijs. Vroeger kreeg de meervoudsvorm de uitgang –t, bijvoorbeeld: looft de HEERE. Zo is het zichtbaar of iets tegen een persoon in het enkelvoud is gesproken, of dat een hele menigte opgeroepen wordt. Denk aan Psalm 103: ‘loof mijn ziel’, of: ‘looft al Zijn werken’.

Wensende zin
Voor de wensende zin gebruik ik een enkele keer ‘zij’ of ‘worde’. Meestal maak ik een constructie met ‘Laat hen worden’ of ‘(geef) dat zij verblijd zijn’.

Terug naar boven