Zondag 29

Brood en wijn

Melodie: Psalm 36 en 68

1. Wij spreken wel van Christus’ bloed
en van Zijn lichaam dat ons voedt
als wij het brood zien breken,
toch weten wij dat brood en wijn
niet echt Zijn bloed en lichaam zijn,
zij zijn daarvan een teken.
Zo beeldt een sacrament iets uit,
omdat het op iets hogers duidt.
Zo wil God ons versterken.
Wij zijn van Christus deelgenoot,
dit wordt bevestigd door het brood,
dit laat God daardoor merken.

2. Toch noemt Gods Zoon de wijn ‘Zijn bloed’,
het brood ‘Zijn lichaam’ dat ons voedt,
laat niemand dit vergeten!
Er is een reden voor die naam,
want mensen kunnen niet bestaan
wanneer zij nooit meer eten.
Hoe nodig zijn toch brood en wijn
voor alle mensen, groot en klein,
daardoor wordt kracht gegeven.
Zo is Zijn lichaam met Zijn bloed
het ware voedsel dat ons voedt,
zo blijft de ziel in leven.

3. Want Paulus schrijft dat brood en wijn
ons deelgenoten laten zijn
van Christus, onze Heere.
Ja, ieder die de Heere vreest,
is één met Christus, door de Geest,
dat wil dit woord ons leren.
Zo echt ik proef van wijn en brood,
zo echt ben ik Zijn deelgenoot.
In Hem word ik gevonden!
Zijn lijden en gehoorzaamheid
zijn ook van mij! Ik ben bevrijd
van al mijn schuld en zonden.

Meer weten over de Catechismusberijming? Kijk op deze pagina.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

twee × twee =

Terug naar boven