Een lied Hammaäloth
1. Op U, die zetelt in het hemels licht
houd ik mijn oog gericht.
Ons oog kijkt als een knecht die vol vertrouwen
zijn meester blijft aanschouwen.
Zoals wie dient zich tot haar vrouw zal keren,
zó zien wij op de HEERE,
op onze God, totdat Hij ons gedenkt
en ons genade schenkt.
2. Wees ons genadig, HEERE, zie steeds weer
genadig op ons neer,
want wij zijn – ondanks onze heilsverwachting –
verzadigd van verachting;
verzadigd van de spot van zelfvoldanen,
die zich zo zeker wanen;
verzadigd van verachting die ons treft
door wie zich trots verheft.