1. Drie kruisen staan er naast elkaar,
met links en rechts een moordenaar
en Koning Jezus in het midden.
Geen zonde heeft Hij ooit gedaan,
toch blijft er niemand even staan
om deze Koning te aanbidden.
Er hangt een bordje aan het kruishout,
daar staat in elke wereldtaal
een boodschap voor ons allemaal:
‘Kijk, deze Man is Koning Jezus.’
Wat is dit opschrift vast en waar,
want Jezus is de Middelaar!
2. De overpriesters blijven staan.
Dat bord moet bij het kruis vandaan!
Pilatus moet wat anders schrijven.
Maar nee, dat doet Pilatus niet.
Wat is geschied, dat is geschied.
Wat hij geschreven heeft, moet blijven!
Er hangt een bordje aan het kruishout,
daar staat in elke wereldtaal
een boodschap voor ons allemaal:
‘Kijk, deze Man is Koning Jezus.’
Wat is dit opschrift vast en waar,
want Jezus is de Middelaar!
3. Eén moordenaar gelooft het woord
dat hij van Jezus heeft gehoord,
al kan hij zelf het bord niet lezen.
Met eerbied wordt zijn hart vervuld.
Oprecht belijdt hij al zijn schuld
en Jezus wil zijn Koning wezen!
Er hangt een bordje aan het kruishout,
daar staat in elke wereldtaal
een boodschap voor ons allemaal:
‘Kijk, deze Man is Koning Jezus.’
Wat is dit opschrift vast en waar,
want Jezus is de Middelaar!
4. Dat bordje is ook nu nog waar!
Nog steeds is Jezus Middelaar.
Hij schenkt aan zondaars eeuwig leven.
Is Hij jouw Koning, dien je Hem?
Kom, hoor Zijn liefdevolle stem,
geloof het woord dat staat geschreven!
daar staat in elke wereldtaal
een boodschap voor ons allemaal:
‘Kijk, deze Man is Koning Jezus.’
Wat is dit opschrift vast en waar,
want Jezus is de Middelaar!
Mooi!