Afgehouwen

De rank moet worden afgesneden,
hij moet uit Adams stam vandaan,
hij moet een tak van Christus worden.
Zijn oude leven moet eraan.

De Landman geeft de eerste bijlslag:
de zondaar ziet een streep van licht,
hij is verzekerd van het oordeel,
hij krijgt zijn zonden in het zicht.
Hij ziet zijn diepe duisternis,
hij weet dat hij verloren is.

Dus betert hij direct zijn leven,
hij houdt zich netjes aan de wet.
Algauw begint hij zich te prijzen:
wat leeft hij goed en nauwgezet!

De zondaar krijgt de tweede bijlslag:
zijn ziel wordt nog wat meer verlicht.
Hij weet zich schuldig aan Gods wetten,
want hij verzuimde vaak zijn plicht.
Wreed klaagt nu elk gebod hem aan,
hij heeft ook zoveel níet gedaan.

Dus streeft hij naar een beter leven.
Hij gaat nog vaker naar de kerk,
hij bidt, hij leest, hij is veranderd
– maar alles is nog eigen werk.

De zondaar krijgt de derde bijlslag:
voortdurend hoort hij nu een stem,
het is de stem van zijn geweten,
die klaagt hem aan, beschuldigt hem:
vervloekt is ieder die niet blijft
in álles wat het wetboek schrijft!

En dus zoekt hij bij God vergeving,
Hij maakt zijn zonden God bekend.
en al belooft hij trouw te waken
– hij is niet in Gods Zoon geënt!

De zondaar krijgt de vierde bijlslag:
hij ziet de vuilheid van zijn hart.
Zijn hart is een riool van zonden,
zo smerig, zo onrein, zo zwart!
Zijn vroomheid was maar buitenkant,
de boosheid in zijn hart hield stand.

Dus wil hij ook zijn hart herstellen
en dat probeert hij, dag en nacht.
Maar ook al denkt hij dat het goed komt
– hij strijdt nog steeds in eigen kracht!

De zondaar krijgt de vijfde bijlslag:
hij zondigt al zijn leven lang!
In zonden is hij eens geboren,
en nóg heeft hij vaak zondendrang.
De wet staat met zijn eis paraat:
betaal me wat je schuldig staat!

En dus vernieuwt hij zijn bekering.
Hij vraagt aan God om méér geduld,
dan zal hij alles zelf betalen.
Hij zucht en treurt om al zijn schuld.

De zondaar krijgt de zesde bijlslag:
zijn onbekwaamheid wordt onthuld.
Zijn beste werken zijn vol zonden.
Zijn tranen worden hem tot schuld.
Het allerbeste dat hij doet,
is in Gods oog nog lang niet goed!

Met nieuwe wil gaat hij dus werken
en hij verwacht dat God het ziet,
dat God akkoord gaat met zijn willen,
want het volbrengen lukt hem niet.

De zondaar krijgt opnieuw een bijlslag:
de wet van God eist slechts de daad!
Met willen is God niet tevreden.
Dus staat de vloek opnieuw paraat.
En nu begrijpt hij het pas goed:
vervloekt is wie de wet niet dóet!

Wat hij tekort komt, wil hij lenen,
dus knielt hij neer, hij bidt, hij smeekt,
hij vraagt of Christus aan wil vullen
wat er bij hem nog aan ontbreekt.

De zondaar krijgt de achtste bijlslag:
zoals hij wil, zo kan het niet!
Want Christus is geen halve Redder!
Hij redt geheel – of Hij redt niet!
De keuze is: geloof of wet,
want anders wordt hij nooit gered!

Hij wil niet bedelen bij Christus,
en dus maakt hij een soort verdrag:
als Christus hem wil zaligmaken,
dan dient hij Christus elke dag.

De zondaar krijgt opnieuw een bijlslag:
hij schiet in zijn verbond tekort,
hij kan zijn plichten niet vervullen
en merkt dat het nooit beter wordt.
Ja, al vernieuwt hij het steeds weer,
hij breekt zijn afspraak keer op keer!

Dus gaat hij bedelen bij Christus,
maar als een bedelaar vol recht.
Hij is nog trots en zó hoogmoedig,
hij denkt: ik ben nog niet zo slecht.

De zondaar krijgt de tiende bijlslag:
hij ziet zijn slechtheid nu pas goed,
want Christus is het énig middel
en hij vertrapte trots Zijn bloed!
Er is geen mens zo slecht als hij,
want hij schoof Christus’ bloed opzij!

Hoe slecht is hij en hoe onwaardig!
Dus vlucht hij bij Gods Zoon vandaan.
Och, ging het eerst maar weer wat beter,
dán zal hij wel naar Christus gaan.

De zondaar krijgt de elfde bijlslag:
hij merkt opnieuw de zondemacht.
Zijn hart is vol verdorven lusten.
Hij redt het niet in eigen kracht.
Hij heeft al zoveel tijd vergooit!
En echt bekwaam, dat wordt hij nooit!

Met hoop en vrees gaat hij naar Christus,
waarheen moet hij toch anders gaan?
Zoals hij is – al haast gestorven –
zó  grijpt hij Hem als Redder aan.

De zondaar krijgt de laatste bijlslag:
wat geeft zijn onmacht veel verdriet!
Hij ziet zijn uiterst onvermogen
en zelfs geloven kan hij niet!
Nu sterft hij, doodstil valt hij neer,
zijn oude stam draagt hem niet meer.

Nu ent de Landman hem in Christus,
en hij wordt met de Wijnstok één.
Hij krijgt de Geest om te geloven,
het is door Hem, door Hem alleen!

Naar Boston

Een reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

acht + 11 =

Terug naar boven