Wie ben ik, wat stel ik voor?
Roept God míj, zo zwak en klein?
Dát moet een vergissing zijn!
Ik ga met mijn leven door,
geef Gods roeping geen gehoor.
God, wat heb ik toch gedaan!
Heel mijn hart is vol verdriet,
want U riep! – ik hoorde niet.
Wie ben ik om níet te gaan,
om Úw roeping te weerstaan?