Al ging ik ook door diepe dalen
met doodse schaduw om mij heen,
ook daar is God; ik zal niet dwalen
Hij zorgt en laat mij nooit alleen.
Hij brengt mij in de groene weiden
en houdt mij bij het kwaad vandaan.
Hij neemt Zijn staf en zal mij leiden
waarheen Hij wil dat ik zal gaan.
Maar soms vergeet ik mee te lopen
en dwaal ik van de kudde af;
dan ligt de wereld voor mij open
en denk ik niet meer aan Zijn staf.
Maar al verdwaal ik door mijn zonden,
toch ben ik als dat ene lam
dat door de Herder werd gevonden
en dat Hij op Zijn schouders nam.
Hij zal mij in Zijn armen dragen
Hij sterkt en troost mij met Zijn stem,
dus ben ik al mijn levensdagen
slechts veilig en gerust bij Hem.