De uren dat ik schrijf is geen verloren tijd,
zelfs niet als bijna niemand er iets van zou lezen.
Mijn poëzie hoeft echt niet populair te wezen;
mijn schrijverspen moet aan de Heere zijn gewijd.
En stel je voor dat aan het einde van mijn leven
er maar één woordje is dat iemand heeft geraakt,
dan heb ik al die zinnen niet voor niets gemaakt;
dan heb ik niet voor niets zo vaak en veel geschreven!
Dat ene hart is al die moeite waard geweest!
O God, gebruik toch íéts uit al mijn vele zinnen,
om één – al is het er maar één!- voor U te winnen.
O God, ik kan het niet; doet U het door Uw Geest!