Psalm 119 (VIII)

VIII

Koph
73. Met heel mijn hart riep ik: wil mij verstaan,
o HEERE, hoor, geef antwoord in mijn lijden,
dan zal ik in Uw inzettingen gaan.
Ik riep U aan, red mij, wil mij bevrijden,
dan dien ik U, dan zal ik mij voortaan
getrouw aan Uw getuigenissen wijden.

74. Ik riep om hulp, nog voor de morgen gloort,
want op Uw woord blijf ik voortdurend hopen,
ik klamp mij vast aan wat ik heb gehoord.
Mijn oog ging voor de nachtwaken al open,
dan overdacht ik stil Uw heilig woord.
Ik wil het pad van Uw geboden lopen.

75. Hoor naar mijn stem, verlos mij, maak mij vrij;
laat – naar Uw gunst – Uw hulp mij niet ontbreken.
O HEERE, hoor, doe naar Uw recht met mij,
geef mij weer kracht, schenk leven op mijn smeken.
Wie jaagt naar kwaad komt dreigend dichterbij,
van Uw gebod zijn zij heel ver geweken.

76. U, HEERE, bent dichtbij; U ziet mij aan.
Zeer hoog zijn Uw geboden te waarderen,
zij zijn zo waar, zij zullen nooit vergaan.
Vanouds heb ik Uw trouw geweten, HEERE,
ik weet dat Uw getuigenis blijft staan,
U wilde die voor eeuwig vast funderen.

Resch
77. Aanschouw mijn nood en red mij uit mijn leed,
want nooit schoof ik Uw wet of woord terzijde,
U weet dat ik Uw voorschrift niet vergeet.
Verdedig mij en wil mijn rechtszaak leiden.
Verlos mij, maak mij levend, naar Uw eed.
Vervul Uw woord, help mij, wil mij bevrijden.

78. Het heil blijft bij de zondaars ver vandaan,
omdat zij trots Uw wet en woord vertreden.
zij willen in Uw inzetting niet gaan.
O HEERE, veel zijn Uw barmhartigheden.
Schenk – naar Uw recht – mij leven, zie mij aan.
geef mij weer kracht, o God, hoor mijn gebeden.

79. Wat zijn er veel door wie ik word bespied!
Ik word vervolgd, door menigten omgeven,
maar wijk van Uw getuigenissen niet.
Vol ontrouw wordt door hen veel kwaad bedreven.
Ik zag het aan met afschuw en verdriet,
omdat zij naar Uw woord niet wilden leven.

80. Zie, HEERE, hoe ik Uw bevel bemin.
Schenk leven naar Uw gunst en welbehagen.
Uw hele woord is waar sinds het begin.
Elk recht dat Uw gerechtigheid zal dragen,
blijft eeuwig staan, daar wijzigt nooit iets in.
Uw trouw en recht regeren alle dagen.

Schin
81. Er was geen grond, toch kwelden vorsten mij,
zij wilden mij vervolgen en verslinden,
maar ik buig voor Uw woord en heerschappij,
daar vrees ik voor, daar wil ik mij aan binden.
Wat U belooft, maakt mij verheugd en blij,
als iemand die een grote buit mag vinden.

82. Ik haat bedrog, ik voer met valsheid strijd,
ik walg ervan, ik zal de leugens weren,
maar ik bemin Uw wet de hele tijd.
Per dag zal ik U zevenmaal vereren,
om ieder recht van Uw gerechtigheid,
Wat U bepaalt is zeer rechtvaardig, HEERE.

83. Groot is de rust van wie Uw wet bemint,
want U laat hen in grote vrede leven.
Geen struikelblok belemmert ooit Uw kind.
Ik wacht vol hoop tot U Uw heil zult geven,
o HEERE, geef dat ik ontferming vind,
ik doe wat Uw gebod heeft voorgeschreven.

84. Mijn ziel neemt Uw getuigenis in acht,
ik heb Uw wet zo uiterst lief gekregen.
Aan Uw bevel heb ik altijd gedacht.
ook zie ik Uw getuigenis als zegen;
ik onderhoud dit alles, dag en nacht.
want voor Uw oog betreed ik al mijn wegen.

Thau
85. Breng mijn geroep tot voor Uw aangezicht,
o HEERE, laat Uw hulp en bijstand blijken.
Geef naar Uw woord mij kennis, inzicht, licht.
Laat mijn gebed Uw aangezicht bereiken,
vervul Uw eed, wees op mijn heil gericht,
red mij, o God, en laat mij niet bezwijken.

86. Mijn mond is als een bron die lof verspreid,
als U mij Uw bepalingen zult leren.
Vrijmoedig spreek ik dan de hele tijd.
Dan zal mijn tong verheugd Uw woorden eren,
want heel Uw wet is vol rechtvaardigheid.
In elk gebod blijft eerlijkheid regeren.

87. Kom met Uw hand, help mij op mijn gebed,
want ik koos Uw bevelen na te leven.
O HEERE, ik verlang dat U mij red,
schenk mij Uw heil, wil mij Uw redding geven,
want ik vind al mijn vreugde in Uw wet,
mijn blijdschap is wat U hebt voorgeschreven

88. Schenk leven aan mijn ziel en maak mij vrij
dan wordt voor U een lofgezang geboren,
Help mij en sta mij met Uw rechten bij.
Ik dwaalde als een schaap dat was verloren,
zoek mij, Uw knecht, sterk mij, zie om naar mij
want ik vergat niet naar Uw wet te horen.

Zie psalm 119 (I-VII).
Meer weten over de psalmen? Kijk op deze pagina.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

1 × 3 =

Terug naar boven